1.1.2021

De positie van werknemers bij het nieuwe herstructureringsinstrument: het WHOA-akkoord, TRA 2021/84

Met de introductie van de Wet Homologatie Onderhands Akkoord per 1 januari 2021 is er voor ondernemers in ernstige financiële problemen een nieuw herstructureringsinstrument beschikbaar. Zo’n WHOA-akkoord bindt alle schuldeisers, zelfs als zij er niet mee hebben ingestemd. Werknemers zijn op het eerste oog uitgezonderd van deze regeling, hun rechten blijven buiten schot. In deze bijdrage wordt onderzocht of zij daadwerkelijk geheel en al ‘buutvrij’ zijn en in hoeverre het sluiten van zo’n akkoord invloed heeft op de (on)mogelijkheden voor werkgevers arbeidsplaatsen te laten vervallen of arbeidsvoorwaarden aan te passen. Ook de rol van de ondernemingsraad in een WHOA-procedure wordt besproken.

1. Inleiding

Op 1 januari 2021 is de Wet homologatie onderhands akkoord (‘WHOA’) in werking getreden.3 Deze wet, die plaats heeft gekregen in een nieuwe afdeling van de Faillissementswet (artikelen 369 tot en met 387 Fw), biedt ondernemingen de mogelijkheid hun schulden te herstructureren door middel van een akkoord. Het akkoord kan door de rechter worden goedgekeurd (gehomologeerd), waardoor – anders dan voorheen – ook tegenstribbelende schuldeisers eraan gebonden zijn. De wet introduceert daarmee een nieuw reorganisatie-instrument, maar heeft weinig aandacht gekregen in arbeidsrechtelijk Nederland. Dat zal een gevolg zijn van de uitzonderingspositie die de wet geeft aan werknemers en hun rechten. Al in het eerste artikel van de regeling, in artikel 369 lid 4 Fw, is bepaald:

Verder lezen?

Download het hele artikel als PDF

Ook interessant